de bakker
Het ambacht/beroep van bakker is in West Europa ontstaan in de Middeleeuwen. Voorheen was brood bakken het werk van de vrouwen. Dit gebeurde thuis of in een gemeenschappelijke bakkersoven. Omdat dit een tijdrovende activiteit was, begon men er de voorkeur aan te geven dit werk te laten uitvoeren door een vakman: de bakker. Vooral in de grote steden waren er veel bakkers.
In de tijd van ons museum, einde 19e begin 20ste eeuw, beschikte de bakker nog niet over de nodige machines. Alles in de bakkerij gebeurde handmatig. In de bakkerstrog werd het deeg met de hand gekneed. Weetje: voor tarwebrood werd het deeg met de hand gekneed, voor roggebrood werd het deeg met de voeten gekneed.
De bakker was een vakman en had een enorm zwaar beroep. Alles gebeurde met de hand, het was werken in een warme omgeving en het bakken gebeurde 's nachts.
Men kon brood kopen in een bakkerij maar de bakker, meestal de bakkersknecht, bracht ook het brood aan huis. Dit gebeurde met de hondenkar of met de bakfiets, in het Antwerpse ook wel triporteur genoemd. Beide voertuigen vinden we in onze smidse.
Helaas zijn er de laatste decennia veel ambachtelijke bakkerijen verdwenen omdat omwille van het zware werk het moeilijk is om overnemers te vinden. Veel van onze broden worden nu gemaakt in industriële bakkerijen en verkocht in supermarkten.
Maar er gaat toch niets boven een lekker vers broodje van de ambachtelijke bakker.