de boer

Tegenwoordig spreekt men meestal over de landbouwer doch wij houden het bij de boer.  

Het ambacht van boer is al ettelijke millennia oud: toen de mensheid zich ergens vast ging vestigen in plaats van rond te trekken.

Als we zo rond de eeuwwisseling 19e / 20e eeuw in Deurne konden rondwandelen, zouden we nog veel boerderijen tegenkomen. Deurne is immers lang een agrarische gemeente gebleven. De meeste boeren waren pachters, zij huurden de grond van grootgrondbezitters.  

De boerderijen van toen zijn niet te vergelijken met diegenen die we nu kennen. Het waren boerderijen met een kleine oppervlakte.  De boer hield er een paar dieren zoals koeien, een varken, kippen. Hij had ook een paard dat hij gebruikte om zijn land mee te bewerken want tractoren waren er toen nog niet. Ook kweekte hij groenten en graangewassen, voor eigen gebruik of voor verkoop op de markt.

Door de bevolkingstoename gingen de grootgrondbezitters hun gronden verkavelen om er huizen op te bouwen en verdween de boer uit Deurne.  

We spreken tegenwoordig over de “korte keten”. Destijds was dit sowieso het geval, want de boer verkocht zijn producten op de lokale markt of in de nabijgelegen grote stad. Het aanbod was ook seizoensgebonden; in februari waren toen geen aardbeien te vinden.

Bij de melkflessen moeten we denken aan de melkboer. Nu kopen we onze melk in één of andere supermarkt en de lege verpakking gooien we in de PMD zak. Er was een tijd dat de melkboer aan huis kwam. Eerst werd de melk los verkocht. Later gebeurde dit in glazen flessen. Als die leeg waren, nam de melkboer ze terug mee om hergebruikt te worden.  Recyclage avant la lettre.