de havenarbeider/scheepshersteller

De Antwerpenaar is de binding met de haven verloren sinds de havenactiviteit verschoven is naar het noorden en naar Linkeroever. Na de vrijkoop van de Schelde in 1863 en omdat het jonge België het economisch en industrieel voor de wind ging, profiteerde de Antwerpse haven hier ook van.

Einde 19e begin 20e eeuw lag het centrum van de havenactiviteiten aan de Scheldekaaien en aan het Eilandje. Het laden en lossen van de goederen was zeer zware handenarbeid en er waren veel havenarbeiders voor nodig. Ook veel paarden werden gebruikt want het vervoer van goederen, van kaai naar magazijn, of omgekeerd gebeurde met paard en platte wagen. 

Als je in de oude havenbuurt wandelt, zie je nog veel pakhuizen welke nu een andere bestemming hebben gekregen, zoals lofts of kantoren.  Het pakhuis dat je wellicht kent, is het Sint Felixpakhuis, waar nu het archief van de stad Antwerpen wordt bewaard.

In de haven werkten toen ook vrouwen, die meestal niet zo'n leuke werkjes moesten doen. Eén van de vuilste jobs was dat van vellenkeerster. Zij moesten regelmatig dierlijke vellen omdraaien zodat deze niet zouden rotten. Maar de meest bekende zijn de zakkennaaisters, in de volksmond ook zakkenwijf genoemd. Zij stonden in voor het maken of herstellen van zakken.

Waar schepen aanmeren zijn er ook scheepsherstellers nodig. Het was toen nog de tijd van redelijk wat houten schepen en bij de scheepherstellers had men het ambacht van kalfateraar. Kalfateren betekent het hete opvullen van de spleten tussen de houten planken met vezels en teer zodat het schip terug waterdicht werd.

Als we nu door de haven rijden, zien we containers, grote kranen, vorkliften, vrachtwagens. Wat een verschil met vroeger !