de kuiper

Het ambacht van kuiper is zo goed als verdwenen. Kuipen en tonnen kenden een eerste bloei in de Middeleeuwen, samen met de opkomst van de markten. Ze werden gebruikt voor het vervoer en het bewaren van levensmiddelen.  

Een kuiper werkt met hout en metaal. Wij noemen een kuiper ook weleens een tonnenmaker, maar hij maakte ook houten emmers, wastobbes, boterkuipen. Voor het maken van tonnen en kuipen werd een boomstam verzaagd tot planken. Van deze planken werden “duigen” gemaakt.  Deze duigen werden samengevoegd tot een ton of kuip en vastgezet met ijzeren banden. Later leerde men dat men met vuur en water het vat kon plooien. Zo ontstond het gebogen vat, het type dat ons het meest gekend is.

En nu weet je waarvan de uitdrukking “Het is in duigen gevallen” komt.

Brouwerij Rodenbach in Roeselare heeft nog zijn eigen kuipers. Zij zorgen ervoor dat het lekkere bier kan rijpen in de enorme houten vaten, ook ‘foeders’ genoemd.

Landen waar het ambacht van kuiper nog veel voorkomt zijn bv. Frankrijk en Schotland. Daarbij moeten we uiteraard denken aan productie en het rijpen van wijn en whisky.

In de haven kende men ook de benaming van kuiper. Dat was de havenarbeider die de goederen in het schip veilig moest vastzetten