de stratenmaker
Ook in Vlaanderen gekend als de kasseilegger.
De opkomst van de stratenmaker ligt ergens in de zestiende eeuw met de uitbreiding van de handel. Het waren toen nog allemaal zandwegen en om het vervoer met paard en kar gemakkelijker te laten verlopen, waren geplaveide wegen nodig.
In onze kontreien werd gebruik gemaakt van kasseien. Kasseien zijn op maat gehakte stukken porfier, afkomstig uit één of andere Waalse steengroeve. Porfier is een duurzaam gesteente en zo goed als onverslijtbaar. Dus, ideaal voor het aanleggen van wegen.
Kasseien wegen zwaar, de kasseilegger stond heel de dag in weer en wind voorovergebogen en had enkel handgereedschap ter beschikking. Kasseien leggen, was dus fysiek heel zware arbeid.
Kasseien zijn met de jaren uit het straatbeeld verdwenen en vervangen door asfalt. Weetje: het eerste asfalt is een Belgische uitvinding. In 1870 werd het ontwikkeld door de chemicus Edward J, De Smedt, één naar de VS uitgeweken Belg.
Wie nog eens veel kasseien wil zien, die springt op zijn fiets en rijdt het parcours van Parijs – Roubaix.