handkar

In ons museum staan er twee types van handkarren. 

De handkar is in feite, de meest eenvoudig kar om voort te bewegen. Je moet geen paard of hond (zie hondenkar) inspannen om de kar te doen bewegen want je moet het zelf doen. Het is een type kar dat ook weer sedert eeuwen wordt gebruikt.

De grote kar met twee wielen moeten we duwen, ze wordt daarom ook wel stootkar genoemd (van het werkwoord stoten, dat verwijst naar het krachtig bewegen van iets)  Deze kar was bedoeld om goederen te vervoeren. Ze was populair bij marktkramers die er hun waren mee naar de markt brachten. Je moet je inbeelden dat destijds een markt er anders uitzag dan dat we nu kennen en dat alles nog rond de kerktoren gebeurde.

Mensen die verhuisden, vervoerden hun spullen met een handkar.  De inboedel van mensen toen was veel beperkter dan dat we nu hebben.

Je kunt zeggen dat dit type handkar de voorganger was van de huidige camionette.

De handkar met één wiel en volledig in hout is beter gekend als de kruiwagen.  Dit type kar werd uitgevonden in China en in de Middeleeuwen ook in Europa gebruikt. De kruiwagen die we nu kennen is gemaakt uit metaal of plastic. En wat kan er in een kruiwagen niet allemaal vervoerd worden; van bakstenen tot je kleine kinderen, want zij vinden het zeker leuk om in een kruiwagen te zitten. En mama of papa maar duwen.

Weetje:  in onze streken zien we een stootkar soms in één of andere folkloristische optocht. Maar in minder ontwikkelde landen is het nog steeds een belangrijk vervoermiddel.