het pomphuis

Hier bevindt zich de authentieke keuken met een moos (gootsteen), een pomp, inlegpotten (onder de gootsteen), een wastobbe met wasbord, …

Bij de bouw van de huisjes was er geen stromend water voorzien. Water moest vooraan aan de waterput worden opgehaald met een emmer. De waterpomp (enkel koud water) werd later geïnstalleerd.

De wastobbe/wasbord werd gebruikt voor het wassen van linnen en kleding en de mangelvoor het verwijderen van vocht uit gewassen stoffen en kleren.

Sunlight,zeep ( in de volksmond Sun-licht) werd vanaf 1884 gemaakt door het Engelse Lever-Brothers, voor het wassen van kleren alsook voor zichzelf. De Keulse potten onder de gootsteen, dienden voor het inleggen van groenten, vlees en eieren.

De kinderwagen werd tijdens de wereldoorlog(en) gebruikt voor het smokkelen van patatten en andere dingen in de diepe bak onder het boeleke. De stadsbewoner leed honger omdat de bezetter alles wat eetbaar was opeiste. De arme stadsbewoner moest noodgedwongen naar de boeren op de buiten om etenswaren te kopen. Vaak tegen woekerprijzen.

Palingsteken en hengelen waren bedoeld om het dagelijks dieet aan te vullen. Vooral vrijdag werd er traditioneel vis gegeten en hier was het dikwijls bakharing en dergelijke, maar ook riviervis was welgekomen.

(Meer weten?)

Palingsteker/palingschaar/aalklem

Deze palingsteker gebruikt voor het inklemmen van paling. Die verschool zich in het oeverslijk van het Schijn. Het was reeds in de zeventiende eeuw een verboden werktuig vandaar dat er ’s nachts naar paling werd gezocht door de arme stadsbewoner. De palingsteker of palingschaar werd nog tot in 1920 gebruikt. Deze aalklem is afkomstig uit Deurne en gebruikt in het Schijn.

De grote staande bamboelijn van acht meter was om op de vijveroevers op baars of brasem te vissen.

Keulse potten

De verzameling van steengoedpotten in onze woonkamer vertelt de geschiedenis van de zogenaamde ‘Keulse pot’: de grijs-blauwe pot met kobaltblauwe decoratie, maar ook de geheel bruine Keulse pot.

Keulse potten worden al eeuwen gebruikt. Vroeger diende het als voorraadpot waarin men vlees, eieren of groenten inlegde. Later werden ze populair als bloempot of als decoratief element.

De naam’ Keulse pot’ verwijst naar de plaats waar ze reeds in de 14e eeuw massaal werden verhandeld, nadat ze op een halfuurtje rijden daar vandaan, toen nog met paard en kar, werden vervaardigd.

De Keulse pot wordt gemaakt van klei, die goed bestand is tegen hoge temperaturen en voorzien van een klein laagje zoutglazuur. Hierdoor is de Keulse pot waterdicht. Ook zorgt het zoutglazuur ervoor dat je geen bijsmaak krijgt als je er voedsel in bewaart. Want dat is waarvoor de potten dan ook al vanaf de 14e eeuw werden gebruikt.

Rauwe groenten zoals boontjes en koolsoorten legde men in laagjes afgewisseld met een laagje zout in de pot. Dit herhaalde men tot de pot vol was. Dan werd het geheel goed aangedrukt en met een steen of een houten plank afgedekt. De groenten fermenteerden en behielden een deel van hun vitaminen. Zo kwam men de winter door.

Ook vlees kon zo geconserveerd worden en dat moest snel gebeuren.. Om eieren te bewaren, legde men ze in een pot met water met een zeer hoog gehalte aan kalk het zgn. waterglas. De sporen van een dikke kalkaanslag aan de binnenzijde van de pot zijn hiervan het bewijs.

Tot het begin van de 20e eeuw waren steengoedpotten het voornaamste verpakkingsmiddel van boter. In 1850 werd de vraag naar potten voor het inmaken van groenten groot. Vandaar dat de massaproductie van die potten ook elders op gang kwam. Typisch aan deze potten is de versiering, meestal fantasiebloemen, die geen tekentalent vereiste. Soms is het maar een zwierige borstelstreek. 

Potten van voor 1850 waren vaak beschilderd met dieren. Deze dieren hadden een symbolische betekenis. Zo was de haan het symbool van waakzaamheid, vruchtbaarheid en huwelijkse trouw.