paard en kar
Eeuwenlang worden paarden gebruikt voor het trekken van karren en wagens.
In onderstaande tekst vermelden we karren/wagens. Een kar heeft één as en twee wielen. Een wagen heeft twee of drie assen en vier of meerdere wielen. In ons museum vinden we enkel karren; dus met één as en twee wielen.
De bouw van de karren/wagens verschilde naargelang het gebruik ervan. Men had karren/wagens specifiek voor gebruik in de landbouw, denken we maar aan hooiwagens. Voor het vervoer van goederen werden ze gebruikt door de bakker, melkboer of brouwer. Paardentaxi's en huifwagens waren er voor het vervoer van personen. En als openbaar vervoer had men toen de paardentram.
Paard en kar/wagen werd ook gebruikt in de haven van Antwerpen; voor het vervoer van goederen van of naar het schip.
Al deze karren/wagens werden getrokken door paarden. Maar om deze te kunnen trekken, hadden de paarden een getuig nodig, Dit bestond uit verschillende delen. Met het borstblad of gareel kon het paard de kar/wagen trekken. Dit was door kettingen verbonden met de kar/wagen. De leidsels waren er om het paard te sturen. Meestal had het paard ook oogkleppen; dit was om het gezichtsveld van het paard te beperken om mogelijke schrikreacties te vermijden. En uiteraard was het voorzien van hoefijzers.
Weetje: voor het zware werk van het trekken van karren/wagens werd een speciaal ras van paard ontwikkeld; het trekpaard. Het ons meest bekende is uiteraard : het Brabants trekpaard.