Religie
Het kostuum van de Suisse
De Suisse was de ordebewaarder in de kerk. Hij hield toezicht op het gedrag van de kerkgangers, begeleidde de processies en maande aan tot stilte. Dit ambt ontstond op het einde van de 19e eeuw. Men vergeleek het ambt met dat van de pauselijke Zwitserse garde. Vandaar ook de naam ‘Suisse’.
Tot zijn uniform behoorde een steek ( hoed ) en een hellebaard of staf , waarmee hij op de grond stampte om de aandacht te trekken of om de orde te herstellen.
Een aflaat
In de leer van de Katholieke kerk moeten mensen, die een zonde hebben begaan, een straf ondergaan om hun ziel te zuiveren. Om een aflaat ( = kwijtschelding van zonde ) te bekomen dient de zonde eerst te worden opgebiecht, er moet berouw zijn voor de zonde en het voornemen om deze zonde niet meer te begaan. De theologie rond de aflaat kreeg vaste vorm in de 11e eeuw. Het doen van een bedevaart, deelnemen aan kruistochten, het vasten, het bidden van psalmen, Onze Vader, Weesgegroeten waren verbonden aan de leer van de aflaten. Vanaf de elfde eeuw ontstond de praktijk dat dit goede werk kon bestaan uit een schenking van geld, gronden of goederen. De Duitse priester en hoogleraar Maarten Luther schreef hierover in 1517 een protestbrief. De kiem voor het protestantisme werd hierbij gelegd. In 1563 verbood de Katholieke kerk het koppelen van aflaten aan schenkingen.
De groene heksenbal waarschijnlijk uit de 18e eeuw
Heksenballen waren populair in het Engeland van de 18e eeuw, maar hun eigenlijke oorsprong is veel ouder. Het doel van het ophangen van deze glazen bollen is een voorbijgaande boze geest, af te leiden. De geest zou namelijk gehypnotiseerd geraken door de schittering van de bal. Als de geest de bal aanraakt, wordt hij geabsorbeerd en raakt gevangen in de bal. In vele sprookjes komen geesten in lampen en flessen voor.