De rouwkamer

Mensen stierven vroeger meestal thuis en daarom werden ze daar dan ook  opgebaard. De kamer waar het lichaam werd opgebaard werd vaak ingericht als rouwkamer. Buren en familie kwamen bijeen om bij het lichaam te waken tot de uitvaart. Nabestaanden droegen gedurende weken/maanden zwarte rouwkleding.

Toen er nog geen stromend water was in huis, werd de lampetkom en de lampetkan gebruikt om zich te wassen.

Een pispot was ’s nachts een onmisbaar voorwerp. Vroeger waren de gemakken immers buiten.

De houten stoel is een kakkedoor.

Kakkedoore zou van het Frans Caquetoire komen dat op zijn beurt komt van Caqueter = kakelen, babbelen. Mogelijk kon men op de kakkedoore tegelijk babbelen en zijn gevoeg doen. In het Nederlands is het woord onder invloed gekomen van ‘kakken’.