Spellen en spelen

Desondanks kinderen weinig speelgoed hadden, werd er nochtans veel gespeeld op de speelkoer en op straat. De jongens hadden knikkers, bikkels, een tol, een bal of een reep. Meisjes speelden vaak met een springtouw, met de bal of ze hinkelden. Meisjes en jongens deden allerlei tik-en loopspelletjes. Rages als de jojo, de diabolo en hoelahoep kenden in die tijd veel succes.

Een deel van hun speelgoed maakten de kinderen zelf: een klakkebuis, een reep, ne vlieger. Ook knutselden ze met restjes wol en stof, of met kastanjes.

Toen werd er ook veel meer buiten dan binnen gespeeld. De gezinnen waren groot en de huizen klein. In de vrije natuur, maar ook op straat kon er gespeeld worden. Er was immers weinig verkeer. Ook maakte niemand zich ongerust als jonge kinderen alleen op pad gingen.

Zowel jongens als meisjes gingen zwemmen of vissen in de beken en rivieren, klommen in de bomen of schaatsten op vijvers of ondergelopen weiden.  Menig vogelei, een meikever of een kikker ontsnapten vaak niet aan hun kwajongensstreken.

Rollenspelen zijn een spel voor kinderen van alle tijden. De zondagsmis was voor vele kinderen dan ook een inspiratiebron en werd dan ook vaak nagespeeld net als winkeltje of huisje.

Op warme zondagen trokken gezinnen uit Deurne of uit de stad naar één van de lusthoven op den buiten. Sommige hadden ook een speelhof, waar de kinderen zich konden uitleven.

Het meest bekende ‘Het Mestputteke’ (zie foto in de kijkkast) waar de sjieke dames en heren met hun kinderen, maar ook de werkman met zijn gezin welkom waren. Het was een  speelparadijs voor kinderen met een rosmolen, die de kinderen zelf op gang moesten draaien, trapezes, ringen, rekken, twee paardenmolens, wipplanken en schommelpaarden. Maar ook café Exter en de Kaasboerin trokken op zondagen veel gezinnen aan.  

Meer weten?

Bikkelen/bikkels

Een oud behendigheidsspel dat vooral door meisjes werd gespeeld. Rond 1900 gebeurde dat nog op grote schaal. 

Oorspronkelijk waren bikkels kootjes van een schapen-of geitenpoot. Het bikkelen was al bij de Grieken in de Oudheid bekend. Ook werden er later loden of ijzeren voorwerpen voor gebruikt, gepolijste steentjes, houten blokjes ed.

In Vlaanderen van na 1945 behielp iemand die niet over echte bikkels beschikte, vaak met de losse schakels van een fietsketting.