Woonkamer 1900
In deze woonkamer neemt de alkoof/bedstee een prominente plaats in. Deze slaapplaats die in die tijd meestal voor ouders/grootouders werd voorbehouden, spreekt enigszins tot de verbeelding. Waren onze (over) grootouders kleiner dan de mensen van nu? Dit is zeker één van de mogelijke verklaringen, maar mensen gaven er vroeger de voorkeur aan om half zittend te slapen. Men dacht toen dat in liggende positie er teveel bloed naar het hoofd zou stromen. Dat die liggende positie teveel aan de doden deed denken, speelde echter ook mee. Het woord alkoof is uit het Arabische ‘al’ wat ‘het’ betekent en ‘quobbah’ wat ‘gewelf’ betekent. Via het Spaanse ‘alcova’ is het in onze taal opgenomen. Baby’s kregen een plaatsje boven het voeteneinde van de ouders in een mandje of een kribbe.
De alkoof, de (Leuvense) stoof, de petroleumlamp en de vele heiligenbeelden, maakten deel uit van het dagelijkse leven in de 19e tot het begin 20e eeuw. Mensen klampten zich vast aan hun geloof voor alle tegenslagen, ziekten en dood. Ze gingen elke zondag naar de kerk. Kerkleiders en de pastoor van het dorp hadden veel macht.
Tegen de muur van de woonkamer staan de stille getuigen van de noeste huisvlijt van onze voorouders : het spinrokken en het spinnenwiel.
150 jaar geleden werd kleding gedragen totdat het tot op de draad versleten was. In een groot gezin was er vaak geen geld om nieuwe kleren te kopen. Zaten er gaten of scheuren in de kleren dan werden er lapjes stof opgenaaid. Als de oudste kinderen uit de kleren groeiden dan maakte moeder hieruit iets moois voor de jongste kinderen. Moeders en dochters zaten heel wat avonden achter de naaimachine. In rijke gezinnen werd kleding op maat gemaakt door kleermakers. De Singer naaimachine in de woonkamer dateert van 1904.
(Meer weten?)